Trends en ontwikkelingen

Op deze pagina leest u meer over de trends en ontwikkelingen in de non-foodwinkelbranche: wat speelt er? Welke risico’s loopt u als ondernemer in deze branche? Welke maatregelen kunt u nemen om die te verlagen?

De markt voor non-foodwinkels groeit

Winkels in de mode- en gebruiksartikelenbranche verkopen kleding en schoeisel, huishoudelijke artikelen, meubels en woningdecoratie, boeken en kantoorartikelen, elektronica, recreatieartikelen, persoonlijke verzorgingsproducten en luxe producten. Deze winkels zijn sterk afhankelijk van binnenlandse bestedingen, consumentenvertrouwen en consumentengedrag. In volume zijn de binnenlandse bestedingen sinds het begin van de crisis gedaald, maar de waarde is nog wel licht gestegen. Het consumentenvertrouwen is verbeterd in 2014. De verwachting is, dat de consumentenbestedingen in 2015 verder zullen groeien. In 2015 wordt dan ook een groei in de omzet verwacht, die sterker is dan de groei van de economie.

Toenemende concurrentie en leegstand

Er is in deze branche sprake van een toenemende concurrentie. Belangrijkste oorzaken zijn lagere consumentenbestedingen, schaalvergroting, branchevervaging, de toename van directe, online verkoop door producenten en toetreding van buitenlandse winkelbedrijven. Vooral grote winkelketens zijn aan het verdwijnen onder invloed van online verkoop en de opkomst van kleine, gespecialiseerde winkels. Alleen met een goede, multichannel-aanpak houden ze het hoofd boven water: dus door een online verkoopkanaal en verkoop in een winkel te combineren. Er is dan ook een toenemende mate van winkelleegstand. Bij de detailhandel is inmiddels 9% van de vierkante meters niet in gebruik.

Cijfers

Van de 50.000 winkels in deze branche, zijn er 35.000 die worden gerund door slechts een of twee personen. Winkels met meer dan 100 medewerkers leveren de grootste bijdrage aan de werkgelegenheid in de detailhandel met ongeveer 55% van de banen. In 2013 was het aantal opheffingen groter dan het aantal oprichtingen. De ruim 3700 nieuwe bedrijven richten zich vooral op niche-artikelen. De omzet van de totale branche was in 2013 ongeveer € 49,1 miljard. Volgens het CBS haalden luxe-artikelenwinkels het hoogste rendement, met een gemiddeld bedrijfsresultaat van 10%. Het gemiddelde resultaat van mode- en gebruikswinkels ligt op 5,7%.

Wet- en regelgeving

De non-foodbranche heeft te maken met een groeiend aantal wetten en regels. Hieronder leest u de belangrijkste:

  • Er komt steeds meer (voornamelijk Europese) wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid van speelgoed.

  • Vanaf 13 juni 2014 gelden er nieuwe regels die de consument beter beschermen bij het aankopen van goederen, online én in de winkel. De wetswijziging m.b.t. kopen op afstand verplichten webwinkeliers de consument duidelijker en vollediger te informeren over de voorwaarden.

  • Ook bevoorrading is aan meer en meer regels gebonden, vooral in de steden. Iedere gemeente stelt zo haar eigen voorwaarden voor bevoorradingstijden en uitlaatgassen. Daarom kiezen sommige ketens voor een winkellocatie (naar Amerikaans model) buiten de bestaande winkelcentra, zoals op industrieterreinen.

  • Consumenten vragen om meer regels van voor grote merken op het gebied van duurzaamheid en MVO, vooral in de textielsector. Op steeds grotere schaal vindt navolging plaats van de richtlijnen van de OESO (Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking) en de VN-principes voor mensenrechten en bedrijven (ook wel het ‘Ruggie-raamwerk’ genoemd). Dit leidt tot een grotere transparantie en tot minder kinderarbeid, corruptie en vervuiling in de toeleveringsketen. Daarnaast worden er meer duurzame grondstoffen (zoals biokatoen) gebruikt, en zijn er milieumaatregelen en initiatieven rond onderwijs en welzijn in productielanden genomen.

Risico’s

Strengere wet- en regelgeving op het gebied van productie, grondstoffen en dieren- en mensenwelzijn brengt nieuwe en verhoogde risico’s op het gebied van aansprakelijkheid met zich mee. Strengere regels over distributie in steden leiden tot risico’s op het gebied van milieuaansprakelijkheid. Speelgoed vormt een speciale risicogroep als het gaat om aansprakelijkheid.

Maatregelen

Breng in kaart welke aansprakelijkheden er zijn (bijvoorbeeld productaansprakelijkheid) en welke preventiemaatregelen u kunt treffen. Een dekking voor product recall en productaansprakelijkheid kunnen belangrijk zijn. Om het risico op aansprakelijkheid bij verkoop van speelgoed te verkleinen, doet u er goed aan een risicobeoordeling te laten uitvoeren: die moet aangeven of er bij normaal gebruik van speelgoed nadelige gezondheidseffecten kunnen optreden.

Trends

In de non-foodbranche zijn een aantal trends waarneembaar:

  • Online verkopen wordt in deze branche steeds belangrijker: naar verwachting stijgt het online aandeel voor non-foodwinkels de komende jaren naar 20%.

  • Online retailers verkopen een steeds breder aanbod van artikelen. Een voorbeeld is Bol.com, die inmiddels naast boeken en cd’s woonartikelen, huishoudelijke apparatuur, consumentenelektronica, dierenbenodigdheden, tuinartikelen en klusmaterialen verkoopt.

  • Consumenten zijn minder voorspelbaar geworden in hun koopgedrag: ze kopen zowel dure A-merken in een luxe speciaalzaak als goedkope huismerk bij een discounter.

  • Veel producten worden in lageloonlanden in Azië en andere derdewereldlanden geproduceerd. Consumenten gaan steeds meer waarde hechten aan welzijn van arbeiders (én aan dierenwelzijn en het milieu). Transparantie en mvo zijn dan ook erg belangrijk voor het imago van bedrijven, met name in de kledingbranche.

  • Traditionele boekwinkels hebben sterk te leiden onder de opkomst van e-readers.

  • Grotere kledingwinkelketens kunnen sneller inspringen op trends en hebben een steeds kortere verkoopcyclus.

  • Winkeldiefstal blijft een belangrijk aandachtspunt. De stichting Afrekenen met winkeldieven incasseert bij de dief een schadevergoeding uit naam van de deelnemende winkelier.

  • Jongeren kiezen vaker voor tweedehands en vintage producten.

  • Discounters, zoals Primark en Action en outlets blijven groeien in populariteit en aantal.

  • Door de groeiende leegstand neemt het aantal pop-up stores (tijdelijke winkels) sterk toe.

  • In steeds meer winkels is het mogelijk te pinnen; minder contant geld in huis blijkt een goed preventiemiddel tegen overvallen.

  • Steeds meer winkels gebruiken de sociale media als communicatie en verkoopkanaal. De inzet van webcare-teams, die reageren op (vaak negatieve) uitingen van (ontevreden) klanten, neemt toe.

Risico’s

Nieuwe producten en technologieën leiden tot nieuwe risico’s en mogelijk extra aansprakelijkheidsrisico’s. Veiligheidsrisico’s en cybercriminaliteit nemen toe: vooral winkeldiefstal is een aandachtspunt. De afhankelijkheid van ICT en apparatuur zoals betalingsapparaten en (zelf)scanners leidt bij veel bedrijven tot extra uitgaven om het uitvalrisico te beheersen.

Ook de toename van webwinkelen leidt tot nieuwe risico’s op het gebied van aansprakelijkheid en inkomen.

Maatregelen

Goed risicomanagement wordt in deze branche steeds belangrijker. Naast heldere algemene en leveringsvoorwaarden is een adequate beroepsaansprakelijkheidsverzekering heel belangrijk. Ook zijn er inmiddels speciale verzekeringen tegen cybercriminaliteit op de markt.

Personeel

Het UWV voorspelt de komende jaren een verdere daling van het aantal zelfstandigen in de detailhandel. De detailhandel leent zich goed voor flexwerken, zeker nu de meeste winkels vaker en langer geopend zijn. De arbeidsmarkt kent een groot verloop: meer dan 50% van winkelmedewerkers werkt niet langer dan een jaar in één winkel. De komende jaren worden sociale vaardigheden van werknemers belangrijker en worden ze meer getraind op klantvriendelijkheid). Ook moet personeel meer weten van ICT en nieuwe technologieën. Winkelpersoneel moet vaak lang staan en dat kan tot fysieke klachten leiden.

De WGA-vast-premies en de premies voor de Ziektewet-flex voor de detailhandel en ambachten dalen licht. Wel zijn ze nog steeds bovengemiddeld vergeleken met andere sectoren. Het aantal eigenrisicodragers is vorig jaar in de detailhandel met circa 18% afgenomen. Voor de Ziektewet is slechts 0,4% eigen risicodrager, hoewel dit aandeel sterk groeit.

Risico’s

  • Personeel in de winkel moet vaak lang staan en dat kan tot fysieke klachten tot gevolg hebben. Die klachten kunnen leiden tot een toename van het ziekteverzuim en in ernstige gevallen zelfs tot arbeidsongeschiktheid.

  • De Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa) kan – zeker met het oog op de toename van het aandeel flexwerkers en stijging van de premies in deze sector – een grote impact hebben op de personeelskosten. De nieuwe wet Werk en zekerheid (WWZ) kan gevolgen hebben voor de inhuur van flexwerkers.

  • Voor deze groep – en met name voor de zzp’ers – is het risico op verlies van inkomen bij arbeidsongeschiktheid en het risico op een pensioengat groot. Wel is er voor de detailhandel een verplicht bedrijfstakpensioenfonds en een aantal grote ondernemerspensioenfondsen. Er zijn algemeen verbindend verklaarde cao’s voor een aantal branches, onder meer voor de boekhandel en kantoorvakhandel, de doe-het-zelfbranche en woonwinkels.

Maatregelen

  • Preventie, verzuimbegeleiding, re-integratie en goede inkomensverzekeringen zijn in deze branche steeds belangrijker.

  • U bent als ondernemer met personeel wettelijk verplicht om een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) uit te voeren. Dat geeft u een goed beeld van aandachtpunten op het gebied van werknemersveiligheid.

  • Laat u zich verder goed adviseren over de mogelijkheden van eigenrisicodragerschap voor de Ziektewet-flex en WGA.

Meer informatie over de gevolgen van de nieuwe Wet werk en zekerheid (WWZ) voor de inhuur van flexwerkers vindt u in de risicosectie over Personeel.