Trends & ontwikkelingen in de foodsector

De foodsector is samen met de agrarische sector een grote, exportgerichte sector in Nederland. De foodsector bestaat uit de voedingsmiddelenindustrie en groothandels en is nauwelijks conjunctuurgevoelig. De grootste uitdagingen voor ondernemers in deze sector zijn: verduurzaming, het vinden van goed personeel en de ontwikkeling van nieuwe concepten en producten om aan de veranderende vraag van afnemers te kunnen blijven voldoen.

Dalende prijzen drukken de omzet

De sector food is nauwelijks afhankelijk van economische ontwikkelingen. ‘We blijven tenslotte altijd eten en drinken en buiten Europa groeit de bevolking stevig door,’ licht Rob Morren, sectorbanker bij ABN AMRO toe. In 2018 produceerde de voedingsmiddelenindustrie 3 procent meer, maar door de dalende prijzen steeg de omzet nauwelijks.

Groothandelomzet blijft licht stijgen

De omzet van groothandels in de foodsector steeg in 2018 met ongeveer 2 procent. Vooral groothandels in dranken zagen hun omzet flink stijgen (met 6 procent) en ook handelaren in zuivel en in aardappelen, groente en fruit boekten meer omzet. De laatste maanden drukte de lagere zuivelprijzen de omzet van de zuivelhandelaren.

Consumptie buitenshuis groeit

In Nederland gaven we in 2018 61,4 miljard uit aan eten en drinken. Daarvan besteedden we 20,1 miljard buitenshuis. We gaan dus steeds meer uit eten of halen een broodje onderweg, bijvoorbeeld op het station. De overige 41,3 miljard besteedden we voornamelijk in de supermarkt. ‘Al een paar jaar groeit de consumptie buitenshuis bijna twee keer zo hard als die thuis,’ vertelt Rob. ‘En we verwachten dat die trend zich voorlopig doorzet. Ook als het economisch iets minder gaat, zullen consumenten – door de voortdurende tijdsdruk die ze ervaren – op zoek blijven naar een goedkope, verse en snelle maaltijd.’

Exportwaarde stijgt nauwelijks

De foodsector is sterk gericht op export: 60 procent van al het voedsel en alle dranken die we in Nederland produceren, gaat de grens over. Ruim 80 procent van de exportproducten in deze sector gaat naar landen binnen Europa, met Duitsland en het Verenigd Koninkrijk als belangrijkste bestemmingen. Door een tegenvallende economische groei in de eurozone, steeg de uitvoerwaarde van voedingsmiddelen in 2018 nauwelijks. Rob: ‘Gelukkig is de Nederlandse foodsector goed in het vinden en ontwikkelen van nieuwe afzetmarkten.’

Wat zijn de grootste risico’s en uitdagingen in de foodsector?

Rob ziet een aantal trends en ontwikkelingen die ondernemers kansen bieden, maar ook flexibiliteit, alertheid en vindingrijkheid vergen. ‘Zo zijn zowel de inkoop- als afzetmogelijkheden sterk aan het veranderen. Daarnaast wordt de foodsector – net als de meeste andere sectoren – getroffen door personeelstekorten en is verduurzaming echt urgent geworden. En in de toekomst zijn er in Europa minder monden te voeden; daar moet je je als food-ondernemer nu al op voorbereiden.’ Hieronder licht Rob deze ontwikkelingen verder toe.

Afzetmarkten veranderen

Ruim de helft (52 procent) van de binnenlandse voedselomzet verloopt via de supermarkten; daar zie je aan de inkoopzijde – ook binnen Europa – steeds meer schaalvergroting ontstaan. Supermarkten concurreren nog steeds vooral op prijs. Dit zet druk op de inkoopprijzen en vraagt van producenten dat ze goedkoper gaan produceren. ‘De supermarkten hebben daardoor bovendien een dikke vinger in de pap als het gaat om bepalen waar een product aan moet voldoen, om nog aan de wensen van hun klanten te voldoen,’ vertelt Rob. ‘Consumenten willen het liefst goedkoop én steeds meer vers, gezond en gemak. Dat laatste leidt tot nieuwe concepten, zoals verse soeppakketten. Verder zie je binnen Europa een groei in de huismerken ten koste van A -merken. Want naast prijs, is het huismerk een manier voor de supermarkt om zich te onderscheiden. Een goede huismerkfabrikant kan een supermarkt hierin bijstaan, bijvoorbeeld door proactief innovaties in verpakking of smaak voor te stellen.’

Op zoek naar nieuwe mogelijkheden
Bovenstaande ontwikkelingen dwingen producenten om constant scherp te zijn om de productiekosten naar beneden te krijgen, zoals een efficiënter productieproces en slimmer inkopen. ‘Ook moeten ze nieuwe concepten en halffabricaten ontwikkelen, waarop meer marge te behalen is,’ vervolgt Rob. ‘De verse soeppakketten laten bijvoorbeeld een omzetstijging van rond de 10 procent per jaar zien. En omdat de consumptie buitenshuis groeit, neemt de horeca als afzetmarkt in belang toe. In de horeca is er met 3000 vacatures een groot gebrek aan koks. Leveranciers kunnen daarop inspelen door kookgemak naar de professionele keuken te brengen, zodat minder ervaren koks toch snel een verse en smakelijke maaltijd kunnen bereiden.’

Voedselkeuzestoplicht
In veel Europese landen is er een zogenoemd front of package voedselkeuzestoplicht in ontwikkeling, dat met kleuren inzicht geeft in de (relatieve) gezondheid van producten. Lichtgroen is het gezondst en donkerrood het ongezondst. Zoiets bestaat nu al in Frankrijk en België in de vorm van de Nutri-Score. Er is een reële kans dat de Nutri-Score ook in Nederland wordt ingevoerd. Rob adviseert producenten om zich nu al voor te bereiden op deze ontwikkeling: ‘Dat kunnen ze doen door te berekenen hoe hun producten straks gaan scoren en eventueel hun producten op basis daarvan aan te passen – bijvoorbeeld door minder suiker of zout toe te voegen – zodat ze gezonder zijn en dus beter scoren.’

Maar ook de inkoopmarkt verandert

Hoewel kwaliteit en beschikbaarheid belangrijk zijn, proberen producenten goedkopere ingrediënten in te kopen. Dat leidt dikwijls tot een steeds langere, vaak wereldomvattende, supply chain (bevoorradingsketen), met bijkomende risico’s van dien, zoals contaminatie en onderbreking van de supply chain. Meer daarover leest u in het artikel Hoe bereidt u zich voor op een productrecall?

Daarnaast dwingt de aanhoudende droogte in Europa verwerkers van fruit en groente om op zoek te gaan naar alternatieven om de gevraagde producten op het gevraagde tijdstip en van de juiste kwaliteit te kunnen blijven leveren. Mislukte oogsten door aanhoudende droogte helpen daar niet bij. Rob: ‘Bij verminderde beschikbaarheid is samenwerking met andere producenten belangrijk: zorg dat je samen sterk staat. Je ziet dat verwerkers nauwer gaan samenwerken met telersverenigingen of achterwaarts integreren en partijen overnemen. Je ziet ook dat ze in andere landen op zoek gaan naar partijen die wél de juiste kwaliteit grondstoffen op tijd kunnen leveren.’

Ernstig personeelstekort

Vooral bij verwerkers heerst een groot personeelstekort. Daardoor komen verwerkingsbedrijven in de problemen, omdat ze bijvoorbeeld niet hun productie kunnen verhogen wanneer de vraag stijgt. En niet alleen op de productievloer, maar ook op kantoor (in het middenkader) zie je nu vaker een tekort aan personeel. Rob: ‘Om die reden wordt het steeds belangrijker om jezelf goed te verkopen als aantrekkelijke werkgever. Dat zit ’m tegenwoordig niet zozeer in gunstige arbeidsvoorwaarden, maar vooral in het naar buiten brengen van een positief imago: bijvoorbeeld door te laten zien dat je verantwoorde, gezonde producten maakt (met minder suiker en zout of goed voor het milieu) en eerlijke prijzen betaalt aan de boeren die jouw ingrediënten leveren. De bedrijfscultuur en de rol van duurzaamheid daarin wordt dus steeds belangrijker voor de mogelijkheid om getalenteerd personeel aan te trekken en daarmee voor de toekomstige winst van een onderneming.’

Automatisering en robotisering
Een andere oplossing voor het personeelstekort ligt in automatisering en robotisering. Maar automatisering brengt een afhankelijkheid van IT met zich mee en bovendien een hoger risico op cybercrime. Rob: ‘Het voordeel van robots ten opzichte van menselijke medewerkers is, dat ze minder verspillen (ze snijden bijvoorbeeld netter) en ze kunnen in een koelcel bij 5 °C werken; iets wat steeds minder medewerkers bereid zijn te doen. Ook kun je de data die robots verzamelen gebruiken om het productieproces te verbeteren. Aan de andere kant vragen meer robots op de productievloer ook meer en andere technische kennis over onderhoud en installatie.’

De toekomst: we gaan minder eten

Naar verwachting stopt de bevolking van Europa vanaf 2025 met groeien. Er komen steeds meer ouderen en die eten ongeveer 5 procent minder. Daarnaast worden we ons steeds bewuster van de noodzaak om gezonder te eten en ook dat betekent dat we kleinere porties gaan eten. En gelukkig worden consumenten zich ook steeds bewuster van de noodzaak om voedselverspilling tegen te gaan.

Rob: ‘Als producent moet je je tijdig op deze lagere consumptie in veel Europese landen voorbereiden, wil je je producten toch nog kunnen vermarkten. Dat betekent dat je nog beter moet inspelen op de wensen van de consument: je moet gezondere en specialere producten ontwikkelen en voorzien in bereidingsgemak die een hogere marge en winkelprijs rechtvaardigen. Daarnaast kun je export naar andere landen overwegen. In India bijvoorbeeld groeit de bevolking nog explosief en krijgen consumenten bovendien steeds meer te besteden. Dat biedt kansen voor Nederlandse producenten: niet alleen van producten zoals zuivel, maar ook van technologieën om lokaal de voedselvoorziening te verbeteren.’