Lasser in de bouw

Brand

Bouwbedrijven lopen een aanzienlijk brandrisico. In de opslag of werkplaats kan brand ontstaan door beschadigde bedrading, defecte machines of tijdens (en na) houtbewerking. Ook de opslag van brandbare materialen, zelfontbrandende poetsdoeken en roken blijven belangrijke oorzaken. Brand, maar ook waterschade na blussen, kan uw bedrijf volledig stilleggen. Dat geldt zeker als de brand buiten werktijden ontstaat. Hier leest u welke preventiemaatregelen u kunt nemen om die risico’s te verminderen.

Elektra – groot risico

Veel branden ontstaan door beschadigde of defecte bedrading. Daarnaast zijn storingen in de elektrische installatie, of de daarop aangesloten apparatuur en machines, vaak de oorzaak van brand. Verder vormen losse snoeren en stekkerverdeeldozen een groot brandrisico. In de loop der jaren wordt de elektrische installatie vaak steeds zwaarder belast, terwijl door intensief gebruik de kwaliteit afneemt. Daarbij wordt in de bouw dikwijls een groter vermogen aan krachtstroom afgenomen dan in andere bedrijfstakken. Zorg dat de elektrische installatie daarop is afgestemd. Bedenk dat stofnesten in verdeel- en stoppenkasten ook brandgevaar opleveren. Dat kunt u voorkomen door deze kasten rondom af te timmeren.

Regelmatige keuring

Laat om defecten te voorkomen uw elektrische installatie (inclusief de daarop aangesloten apparatuur) periodiek* inspecteren door een onafhankelijk keuringsbureau. Neem deze keuringen op in uw digitale werkagenda, zodat u ze niet kunt vergeten.

Een ElektraGarantkeuring kijkt niet alleen naar de installatie zelf, maar inspecteert ook de aangesloten apparatuur. Laat de bij deze inspectie geconstateerde gebreken zo spoedig mogelijk herstellen door een bij Sterkin, KvINL of UNETO-VNI aangesloten installatiebedrijf.

*Minimaal eens per drie jaar, maar afhankelijk van het afgenomen verbruik kan vaker vereist zijn.

Keuring in beeld

Een brandrisico-inspectie kan u waardevolle preventietips opleveren. Dat kunt u zien in het filmpje hieronder over de keuring bij een machinefabriek in Rhenen.

Brandgevaarlijke werkzaamheden

Een aantal werkzaamheden op de bouwplaats gebeuren met open vuur. Denk aan een brander gebruikt voor het aanbrengen van bitumen dakbedekking of een lasapparaat voor leidingwerk en staalconstructies. Bij dakreparaties is het gevaar dat de onderliggende (brandbare) isolatie vlam vat vrij groot. Bij reparatie aan een stalen leidingstelsel vallen lasspetters naar beneden: bevindt zich daar brandbaar materiaal? Dan kan dit ontbranden, met alle noodlottige gevolgen van dien.

Om bij brandgevaarlijke werkzaamheden brand te voorkomen, kunt u de volgende preventieve maatregelen nemen:

  • Verwijder brandbare materialen: zorg dat er geen brandbare stoffen in de directe omgeving van de werkplek liggen of bedek deze met brandwerend materiaal.
  • Zorg voor blusmiddelen binnen handbereik: plaats in de directe omgeving van de werkplek een draagbaar blustoestel (met een inhoud van minimaal 5 kg) en een blusdeken. Let erop dat blustoestellen jaarlijks worden gecontroleerd, zodat hun goede werking is gewaarborgd.
  • Laat de werkplek niet onbeheerd: doof branders die niet daadwerkelijk worden gebruikt of draai ze laag en plaats ze op een brandersteun.
  • Zorg voor toezicht op brandgevaarlijke situaties: controleer de werkplek tot een uur na beëindiging van de werkzaamheden op een beginnende brand.
  • Laat tekenen voor controle: zorg dat uw medewerkers of onderaannemers voor de werkzaamheden het formulier Brandgevaarlijke werkzaamheden tekenen; daarmee verplichten ze zich tot controle. Dit formulier vindt u op: www.checklistbrand.nl/formulier-brandgevaarlijke-werkzaamheden

Acculaders

Vrijwel ieder bouwbedrijf beschikt over acculaders: voor de heftruck of voor machines die op de bouwplaats gebruikt worden. Deze kunnen tijdens het opladen vonken verspreiden en zo brand veroorzaken. Ook (elektrische) heftrucks zelf kunnen vonken verspreiden. Zorg daarom dat heftrucks en laders minimaal één meter van de opslag staan. Houd één meter rondom acculaders vrij, dus ook erboven! En let erop dat accu’s alleen tijdens werktijden worden opgeladen. Laat de laders regelmatig keuren. Controleer zelf maandelijks de snoeren op beschadigingen.

Broei

In werkplaatsen is broei een groot brandrisico. Bepaalde stoffen kunnen spontaan ontbranden. Denk aan oliën (zoals lijnzaadolie en visolie), verven en lakken met lijnolie of vluchtige oplosmiddelen, houtskool en houtkrullen. Vooral de combinatie van olie en textiel vormt een groot brandrisico. Broei in opgefrommelde poetsdoeken veroorzaakt vaker brand dan u denkt. Met een beetje pech gebeurt dat op een moment dat er niemand aanwezig is. Laat uw medewerkers daarom poetsdoeken na gebruik altijd direct uitspoelen en daarna in gesloten of zelfsluitende stalen bakken met stalen deksels opbergen.

Opslag brandbare goederen

Waar gewerkt wordt, kan niet altijd sprake zijn van een brandschone werkomgeving. Maar bedenk dat een goed opgeruimd bedrijfspand brand en verwondingen kan voorkomen. U vermindert het brandrisico al enorm, als u zorgt dat er geen brandbare goederen (zoals verpakkingsmateriaal, pallets, brandbare vloeistoffen etcetera) worden opgeslagen in de buurt van:

  • werkzaamheden met open vuur. Bij las- en snijwerkzaamheden kunnen vonken wel 10 meter wegspatten;
  • spuitwerkzaamheden;
  • machines/apparatuur met warmte-uitstraling, zoals heaters en compressoren;
  • acculaders (nodig voor bijvoorbeeld heftrucks).
  • Sla ook geen brandbare goederen op in technische ruimtes (zoals de cv-ruimte).

Opslag brandbare vloeistoffen

Brandbare vloeistoffen, zoals verf, reinigings-, smeer- en oplosmiddelen vormen een groot brand(verspreidings)risico. Daarom moeten deze worden opgeslagen in een brandwerende milieukast conform PGS-15 (de richtlijn voor opslag van verpakte, gevaarlijke stoffen). Ook gascilinders voor lasapparatuur moeten in een dergelijke kast worden opgeslagen.

Opslag overig afval (binnen en buiten)

Als er brand ontstaat, kan die zich sneller verspreiden wanneer er afval rondslingert. Zorg dat uw medewerkers al het afval verzamelen in bakken met een vlamdovende constructie. Zie erop toe dat ze deze dagelijks legen in afvalcontainers. De afvalcontainers moeten buiten op veilige afstand (minimaal 10 meter uit de gevel) worden verankerd en afgesloten. Ook pallets en overig verpakkingsmateriaal moeten op minimaal 10 meter uit de gevel opgeslagen worden. Gebeurt dat niet? Dan kan door de stralingshitte van een brand het isolatiemateriaal in de gevel vlamvatten. Beter is het nog – zeker wanneer de buitenruimte niet groot genoeg is – om de pallets op te bergen in een afgesloten stalen zeecontainer. Zorg verder dat pallets niet hoger dan 4 meter worden opgestapeld en dat er minimaal 15 meter vrije ruimte rondom is (bij een stapel binnen ook erboven!). Zo voorkomt u dat bij brand de pallets omvallen en de brand verder verspreiden.

Roken

Roken blijft, ondanks het rookverbod in publieke ruimtes, een belangrijk brandrisico. Maar omdat stiekem roken helemaal snel tot brand kan leiden, kunt u beter zorgen voor een aparte rookruimte. Zet daar veiligheidsasbakken (ook wel ‘dubbelringsasbakken’ genoemd) neer, die regelmatig worden geleegd in een zelfsluitende, vlamdovende afvalbak of een peukenverzamelaar.

Branddetectie

Om een brand in een vroegtijdig stadium te kunnen ontdekken, heeft u een goedwerkende brandmeldinstallatie nodig. Zorg daarbij dat de brand- en rookmelders goed verspreid over de ruimte opgehangen zijn: boven de machines, maar ook in de technische ruimtes, ruimtes met afvalcontainers, bij ontstekingsbronnen (zoals verdeelkasten), bij acculaders en in de rookruimte. De melders geven de brand door aan een PAC (Particuliere Alarm Centrale). Vaak is er al een verbinding met een PAC voor het inbraakalarm.

Bestaat de opslag- en werkplaats uit meerdere ruimtes? Laat dan branddeuren plaatsen tussen de verschillende compartimenten. Zorg dat de branddeuren zijn aangesloten op de brandmeldinstallatie, zodat die bij brand automatisch sluiten. Vergeet niet de meldinstallatie regelmatig te laten keuren op een goede werking.

Blusmiddelen

Als er overdag brand uitbreekt, moeten er voldoende blusmiddelen voorhanden zijn om een beginnende brand effectief te kunnen bestrijden. Zorg dat er zowel slanghaspels (die op de waterleiding zijn aangesloten) als handblustoestellen op goed bereikbare en goed zichtbare plaatsen, verspreid over de ruimte of op de bouwplaats aanwezig zijn. Overleg met de leverancier van uw blusapparatuur welke blusmiddelen in uw bedrijf het best geschikt zijn voor de in uw bedrijf aanwezige inventaris, machines en materialen. Houd ook rekening met de in uw bedrijf uitgevoerde werkzaamheden. Zorg ook dat de blusmiddelen jaarlijks op hun werking gecontroleerd worden en dat uw personeel getraind is in het gebruik ervan.

Controlerondes

Zorg dat aan het eind van elke werkdag een inspectieronde door het gebouw of langs de werkzaamheden wordt gemaakt. Staan alle brandbare materialen op een veilige afstand? Zijn alle elektrische apparaten uitgeschakeld? Ideaal is één schakelaar voor alle apparatuur. Daarnaast is het – vooral binnen grotere bedrijven – verstandig om een of meerdere personen aan te wijzen, die wekelijks een controlerondje door het bedrijf doen. Zorg ervoor dat aangetroffen gebreken ook daadwerkelijk worden verholpen.