Bedrijfsschade

Als uw bedrijf door een brand, overstroming of andere calamiteit wordt getroffen, kan de schade zeer groot zijn. Zeker bij een grote brand, kan uw bedrijf langere tijd volledig stil komen te liggen, met alle nadelige gevolgen van dien voor uw inkomen en uw vaste afnemers. Zorg daarom dat u goed voorbereid bent.

Welke risico’s loopt u?

Als uw onderneming – door wat voor oorzaak dan ook – deels of helemaal stil komt te liggen, maakt u geen of minder omzet en lijdt u dus financiële schade. Denkbare oorzaken daarvoor zijn:

  • de stallen of kassen zijn onbruikbaar geworden. Bijvoorbeeld door schade na een brand, ontploffing, storm, waterschade, bliksem of een aanrijding;

  • uw voertuigen, regelapparatuur, melkmachine of andere installaties raken beschadigd of er treedt een storing op in het computer- of elektranetwerk waardoor de hierdoor aangestuurde machines niet meer werken;

  • de aanvoer van gas, water of stroom valt weg;

  • een van uw grootste leveranciers kan niet meer leveren of (andersom): een van uw grootste afnemers valt weg. Zeker als u enige tijd niet heeft kunnen leveren, loopt u het risico dat uw klanten (deels) naar de concurrent overstappen. U zult dan heel veel moeite moeten doen om deze of nieuwe klanten weer aan boord te halen.

Weet u wat u nodig heeft?

U bespaart uzelf een hoop ellende als u – juist nu er geen vuiltje aan de lucht is – een aantal zaken vastlegt in een continuïteitsplan. Zo is het goed om een inventarisatie te maken van alles wat er in uw bedrijf aanwezig is (inclusief levende have), zodat het na een grote schade makkelijker is om alles te vervangen. Op basis van deze risico-inventarisatie kunt u na schade een herstelplan maken. Zet daarin onder meer:

  • bankgegevens;

  • gegevens van uw intermediair/verzekeraar;

  • adressen en telefoonnummers van uw medewerkers;

  • gegevens van uw leveranciers;

  • gegevens van uw klanten;

  • gegevens van specifieke schadeherstelbedrijven;

  • specifieke eisen die nodig zijn om op een andere plaats (tijdelijk) door te starten. Denk daarbij aan: vloeroppervlakte, benodigde elektrische capaciteit, milieueisen en vergunningen.

Stroomstoring

Als u te maken krijgt met een stroomstoring (bijvoorbeeld door een blikseminslag, overstroming, of eenvoudigweg door werkzaamheden in de straat), kan dat ernstige gevolgen hebben voor de omstandigheden in uw stallen of kassen. U doet er daarom verstandig aan om een back-up-stroomvoorziening te hebben in de vorm van een generator. Zorg dat de generator op ieder moment gebruiksklaar is.

Toeleverings- & afnemersrisico

Bent u voor de toelevering van diervoeder of voedingsstoffen afhankelijk van een of meerdere grote leveranciers? Heeft u zich dan wel eens afgevraagd wat er met uw bedrijf gebeurt wanneer deze leverancier wegvalt, bijvoorbeeld na een grote brand of door een faillissement in diens bedrijf? Kunt u dan gemakkelijk uitwijken naar andere leveranciers? U doet er verstandig aan om hierover vooraf afspraken te maken met alternatieve leveranciers. Beter is het zelfs nog om vooraf al dit risico te spreiden door zaken te doen met meerdere leveranciers. Hetzelfde geldt als u voor een of enkele grote afnemers produceert. Ook in dat geval is het goed om vooraf dit risico te spreiden door meerdere afnemers te zoeken.

Opnieuw beginnen?

Ook is het verstandig om van te voren na te denken over factoren die meespelen bij een eventuele herstart. Bedenk daarbij:

  • Is herstellen een optie? Daarmee heeft u waarschijnlijk minder problemen met bestemmingen en vergunningen dan wanneer u elders opnieuw gaat beginnen.

  • Is het een optie om te verhuizen naar een andere locatie? Zeker voor grotere agrarische bedrijven zal het lastig zijn een geschikte ruimte te vinden.

  • Is herbouw mogelijk op dezelfde locatie?

  • Wat is de herbouwtermijn? Houd daarbij ook rekening met de aanvraagtermijn voor vergunningen.

  • Wat is de levertijd van de apparaten, dieren en/of teelten?

  • Zijn er uitwijkmogelijkheden? Heeft u afspraken met een collega-bedrijf om de productie tijdelijk over te nemen?

Langere herstelperiode

In de agrarische branche moeten na een grote schade niet alleen gebouwen, de inrichting daarvan en machines vervangen worden, maar kunnen ook dieren of specifieke teelten verloren gaan. In de melkveehouderij kan het daardoor een jaar duren voordat de productie weer op peil is. in de intensieve veehouderij (varkens, pluimvee) moet u daarvoor twee jaar rekenen en in de akkerbouw kan het zelfs drie jaar duren voordat de productie weer op peil is.

Extra oponthoud

Houd er verder rekening mee dat er procedureel veel oponthoud kan optreden. Bij herbouw moet voldaan worden aan strengere milieuwet- en regelgeving. Bij brand vervalt uw milieuvergunning en moet u die opnieuw aanvragen. Dat kan op verzet stuiten: planologische bezwaar- en beroepsprocedures kunnen eenvoudig oplopen tot meer dan negen maanden extra oponthoud.

Let er daarom op dat de voorwaarden van uw bedrijfsschadeverzekering een realistische uitkeringstermijn omvat. Als die in uw geval te kort is, kan daarmee het voortbestaan van uw bedrijf ernstig in gevaar komen.

Checklist continuïteitsplan

In een continuïteitsplan neemt u naast alle contactgegevens, afspraken, vergunningen en andere relevante informatie, ook preventieve maatregelen op die continuïteitsbedreigende risico’s kunnen verminderen. In het plan behoren minimaal de volgende vragen te worden beantwoord:

  • Hoe lang kunt u maximaal dicht blijven?

  • Hoeveel tijd vraagt het herstel?

  • Is de administratie en alle andere belangrijke data gewaarborgd?

  • Is voortzetting en/of opslag elders of in een noodvoorziening in de directe omgeving mogelijk?

  • Welke middelen/faciliteiten zijn minimaal nodig bij een vervangende ruimte?

  • Hoe afhankelijk is uw bedrijf van bepaalde leveranciers?

  • Welke aanvullende overheidseisen worden gesteld?

  • Welke vaste kosten lopen door gedurende de schadeperiode?

  • Biedt de verzekeringspolis voldoende dekking? Daarbij is naast de verzekerde som de uitkeringsperiode van groot belang. Standaard wordt 52 weken als uitkeringstermijn gekozen, maar dat blijkt dikwijls niet voldoende voor de gehele herstelperiode.