Zonnepanelen worden op een plat dak geinstalleerd zodat ze bestand zijn tegen extreem weer

Zonnepanelen in extreem weer: waar moet u op letten?

Door de klimaatverandering krijgen we in Nederland steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden. Tropische regenbuien die de straten veranderen in kolkende rivieren, hagelstenen zo groot als golfballen en zelfs tornado’s komen tegenwoordig in ons kikkerlandje voor. Heeft u een bedrijfspand met zonnepanelen? Staat u dan weleens stil bij de kans op een lager rendement en een groter brandgevaar? Karlo Rosing van Keuring Service Nederland (KSN) vertelt waar u op moet letten.

‘Als het goed is, houden installateurs zich aan het Bouwbesluit en de NEN/ISO-normen. Daarmee is uw zonnepaneleninstallatie bestand tegen storm, hevige regenbuien en extreme temperaturen. Maar niet tegen de extreme weersomstandigheden die we de laatste jaren zien. Bovendien: door bliksem, regen of hagel beschadigde panelen leveren niet alleen minder stroom, maar ook een groter brandrisico.

De vernietigende kracht van een tornado

Een beetje storm is nog geen reden tot ongerustheid, maar harde ruk- of valwinden kunnen wel degelijk tot schade leiden. Laatst waren we bij een bouwmaterialenhandel in Overijssel. Daar was een wervelwind over het gebouw getrokken, die het hele frame waar de panelen op waren bevestigd had opgetild en weer neergekwakt. Bijna alle panelen waren gebarsten. Om dat te voorkomen, is het belangrijk dat u vóórdat u een opbouwsysteem met zonnepanelen laat plaatsen, een goede windberekening laat maken voor uw bedrijfspand. Daarmee weet u hoeveel ballast er op de constructie geplaatst moet worden; die ligt in de meeste gevallen namelijk los op het dak.

Grote hagelstenen trillen de boel los

In het zuiden van Nederland heeft een hagelbui vorig jaar grote schade aangericht aan zonnepanelen. Je zou verwachten dat er dikke butsen in het glas zaten, maar dat was niet het geval. Op het oog was er niets aan de hand, maar in het paneel waren de gesoldeerde overgangsweerstanden door de klappen van de hagelballen los gaan zitten. Die schade merk je alleen door een verminderde opbrengst. Wij kunnen met onze warmtebeeldcamera temperatuurverschillen in de installatie meten, ontstaan door loszittende contacten en/of hogere overgangsweerstanden. Op die plaatsen kan er brand uitbreken. Een gewone hagelbui kan doorgaans geen kwaad, maar dit soort uitzonderlijk zware onweersbuien met enorme hagelstenen komen ook in Noord-Europa steeds vaker voor.

Lees ook: Hoe voorkomt u schade door hagel

Tropische hoeveelheid water moet kunnen wegstromen

Ook grote hoeveelheden water hoeven geen probleem op te leveren. Het ISO-handboek schrijft een ‘spoelruimte’ van 60 millimeter voor: er moet dus minimaal 6 centimeter tussen de installatie en het dak zitten. Vooral op een schuin dak moet de installateur ervoor zorgen dat de bekabeling niet in contact komt met het dakvlak. Sowieso mogen er geen kabels op het dak liggen: die kunnen door wind, regen of ijsafzetting over het dak gaan schuren, waardoor ze brandgevaarlijk worden. De kans op een ‘vlamboog’ (een plotselinge, heftige ontlading van energie) neemt daarmee namelijk toe.

Geef bliksem geen kans

Als er een bliksemafleiding op het dak aanwezig is, moet die minimaal een halve meter van de zonnepanelen af staan. Is dit niet het geval, dan moet een erkend bliksembeveiligingsbedrijf het systeem . Een groter gevaar zit ‘m in de bekabeling. Als het goed is, leidt de installateur de kabel van het laatste paneel in de serie langs dezelfde weg terug. Doet hij dat niet, maar gaat hij buitenom – uit gemakzucht of om te bezuinigen op de kabels – dan maakt hij een grote inductielus. Met een zo klein mogelijke inductielus verminder je de kans op een grote stroompiek bij een blikseminslag in de buurt van de panelen. Bij een installatie buitenom, is het risico op schade en omvormer bij bliksem dan ook groter.

Extreme temperaturen

Zonnepanelen zijn bestand tegen extreem hoge en lage temperaturen. Helaas leveren ze niet meer op wanneer de temperatuur stijgt. De ideale temperatuur ligt rond de 25 graden. Hogere temperaturen zorgen alleen maar voor rendementsverlies. Daardoor daalt de spanning in het paneel, wat tot een lagere stroomopbrengst leidt. Daarom is het belangrijk dat er voldoende wind onder de panelen kan waaien, waardoor de temperatuur in de panelen niet te hoog oploopt. De installateur zorgt daarmee voor een zo hoog mogelijk rendement.

Regelmatige controle

In de meeste gevallen heb je geen zicht op de zonnepanelen op je dak. Houd daarom vooral de opbrengst in de gaten. Daalt die na extreem weer? Dan is er grote kans dat er iets beschadigd is. Laat sowieso jaarlijks het hele systeem controleren en schoonmaken. Want ook aangewaaid Saharazand of een kledder vogelpoep kunnen voor problemen zorgen.’

Lees daarover meer in: Ondeugdelijke installatie zonnepanelen: brandgevaar!

Dit artikel is geplaatst door

Karlo Rosing directeur KSN
Karlo Rosing
Directeur
Logo van Keuring Service Nederland