Hoe onderhoudt u uw zonnepanelen?

Steeds meer mensen hebben zonnepanelen op hun woning of bedrijfspand. Voor de één is het een financieel verantwoorde keuze voor het milieu, voor de ander een ongevraagde bonus. Maar iedereen wil graag dat zijn zonnepanelen zo veel mogelijk rendement opbrengen en zo lang mogelijk meegaan. Karlo Rosing van Keuring Service Nederland (KSN) vertelt wat u daar zelf voor kunt doen.

Hoe vaak en wanneer?

‘Omdat u meestal geen zicht heeft op uw dak, weet u vaak niet hoe uw panelen erbij liggen. De meeste installaties tonen de opbrengst via een app. Ziet u dat de opbrengst omlaag gaat? Dan is het tijd om het systeem te controleren en schoon te maken. Ik raad aan dat sowieso eens per jaar te (laten) doen. Daarmee zorgt u niet alleen voor een zo hoog mogelijk rendement, maar ook voor een langere levensduur en een lager brandrisico. Afhankelijk van de situatie en de hoeveelheid panelen, kunt u dat deels zelf.

Schoonmaken omvormers

De omvormer, het kastje dat de spanning die de zonnepanelen leveren omzet naar wisselspanning, trekt vuil en stof aan. De installateur plaats de omvormer vaak op zolder of op een andere plaats waar de stofzuiger niet komt. De ventilator zorgt voor koeling van de omvormer. Het is belangrijk dat u het filter van die ventilator eens per jaar schoonmaakt; in een heel stoffige omgeving vaker. Daarmee voorkomt u dat de omvormer te heet wordt en een brandrisico vormt. Zet vooraf wel even de AC/DC-schakelaar uit, maar trek geen stekkers los. Ook is het niet verstandig de stofzuiger erop te zetten. Als het goed is, zit er een onderhoudsboekje bij de omvormer, waarin precies staat hoe u de filters op de juiste manier schoonmaakt.

Schoonmaken panelen

De zonnepanelen zelf schoonmaken, raad ik alleen aan als u veilig het dak op kunt. Met andere woorden: als u een plat dak heeft met een veilige toegang. Zonnepanelen kunnen vuil worden door vogelpoep, stof, bladeren van omstaande bomen, aangewaaid Saharazand of groene aanslag; vooral wanneer de panelen plat liggen. Vooral vogelpoep is vervelend spul: als dat te lang blijft liggen, kan dat gaan inbranden. U kunt de panelen het beste schoonmaken met water en een zachte borstel. Gebruik geen agressieve schoonmaakproducten, dat tast de afdichtende kit in de randen aan. Ook deze schoonmaakactie zou ik eens per jaar aanbevelen of zo vaak als nodig. Hoe schoner, hoe beter voor het rendement, maar wekelijks is echt niet nodig.

Controleren bekabeling en bevestiging

Als u dan toch op het dak bent, kunt u meteen even checken of alles nog goed vastzit. Vaak is een visuele inspectie al genoeg, hangen de panelen nog allemaal recht? En ook hier geldt: als het rendement plotseling omlaag gaat, kan er iets los zitten. U kunt gerust zelf checken of de schroeven waarmee de panelen zijn bevestigd nog goed vastzitten, maar laat de controle van de bekabeling over aan professionals. Kom ook niet aan de achterkant van de panelen; op de aansluiting staat gelijkspanning. Als je die lostrekt zonder dat die is afgeschakeld, kan er een steekvlam ontstaan en kan de verbinding wegsmelten.

Moet je het dak op na hagel of storm?

Na een hagelbui met extreem grote hagelstenen of een harde storm kan het geen kwaad om te kijken of er geen zichtbare schade is, zoals glasbreuk, een verkleuring (door bliksem) of een scheef paneel. Bedenk daarbij dat niet alle schade te zien is met het blote oog. Na een blikseminslag kan bijvoorbeeld de gesoldeerde aansluiting los gesmolten zijn. Maar ook dan zult u een lager rendement merken.

Wat moet je vooral NIET zelf doen?

Nogmaals: besteed controle en schoonmaak uit als u niet veilig het dak op kunt. Ga niet stunten op een schuin dak. Ook het onderhoud van een grotere installatie kunt u beter aan een gespecialiseerd bedrijf overlaten. Vaak kunt u dan niet eens bij alle panelen, omdat er geen looppaden tussen zijn. Het onderhoudsbedrijf gebruikt robotjes met zachte rupsbanden. Bureaus gespecialiseerd in inspecties van zonnepaneleninstallaties kunnen met speciale apparatuur thermografische inspecties doen. Ook hebben ze de juiste apparatuur om alle aansluitingen door te meten.’